Schuldenrem als prikkel voor bouwen en investeren

Vincent Ketting in zijn nieuwste column voor Bouwwereld

Onlangs is een bericht uit Duitsland gepubliceerd, waarin de schuldenrem vanuit de overheid losgelaten lijkt. Dat betekent dat er mogelijk zo maar 500 miljard kan worden geïnvesteerd in de Duitse infrastructuur. Het roept meteen de vraag op hoe zo’n impuls eruit gaat zien en waar de capaciteit vandaan moet komen om de plannen te realiseren. Want investeren in grote projecten vraagt om voldoende mensen, grondstoffen én wet- en regelgeving die de snelheid erin houdt. Zaken die nu al onder druk staan.

In ons land zien de obstakels er niet anders uit. De stagnatie in de woningbouw wordt vaak toegeschreven aan prijsstijgingen van materialen en strenge wet- en regelgeving. Toch lijkt mij dat de grootste rem vooral zit in een gebrek aan personeel. Zowel bij de bouwers als bij de overheid en toetsende instanties. Al jaren krimpt de capaciteit bij de partijen die nodig zijn om plannen te controleren, te toetsen en uitvoerig te beoordelen. Voor het bouwen van honderdduizend woningen per jaar, zoals in de plannen staat, is veel denk- en daadkracht nodig.

 

Alleen al in het Rijnmondgebied werken bijna 30.000 mensen in de bouw. 10% van het personeel is ouder dan 60 jaar en deze oudere medewerkers gaan de komende jaren met pensioen. Daar moeten de komende jaren nieuwe vakmensen voor in de plaats komen, los van extra mensen die nodig zijn voor groei. Nu al staan er negen vacatures per kortdurend werkloze open in de bouwsector, vooral voor werkvoorbereiders, elektriciens en installateurs.

 

Een impuls als in Duitsland zal dus ook echt ruim aandacht moeten geven aan opleiden en werven. Denk aan gerichte subsidies voor scholing en training, met name richting vakmanschap en procesoptimalisatie in de bouw. Maar ook om meer mensen bij overheid en toezichtinstanties aan te trekken. Ook kunnen fiscale prikkels ervoor zorgen dat publiek private samenwerkingen vlotter kunnen verlopen en zodoende sneller betaalbare woningen opleveren. Regionaal zijn er hoopgevende initiatieven waarbij werkgevers, opleiders en overheden samenwerken. Leerwerktrajecten en om- of bijscholing zorgen voor nieuwe instroom. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft ontwikkelpaden gepubliceerd met functies en doorgroeimogelijkheden. Al deze initiatieven moeten echter opgeschaald worden en bijdragen aan een gezamenlijk doel.

 

Ik zie het overheidsinitiatief als een economische en maatschappelijke kans voor ons allen. Duitsland laat zien dat een forse impuls mogelijk is. Cruciaal zijn de randvoorwaarden goed geregeld: gedeelde publieke investeringen, private betrokkenheid en een heldere uitvoering. Nederland kan hierin een eigen pad kiezen. Een subsidie voor woningen, zoals eerder toegepast, zou een passende oplossing kunnen zijn.  Welke aanpak ook gekozen wordt, het vraagt om duidelijke keuzes en durf om te investeren in talent en processen. Het is daarbij vrijwel onmogelijk om alle partijen tevreden te houden.

 

Hoe we dit ook gaan doen, het zal niet in één keer lukken. Maar als we de lessen uit Duitsland oppikken en combineren met onze eigen knowhow en vakmanschap, kunnen we straks bouwen aan een toekomst waarin wonen betaalbaar blijft en wij als bouwende sector weer kunnen groeien. Een toekomst waarin capaciteit en visie hand in hand gaan. De tijd is rijp voor zo’n integrale impuls.

 

Illustratie: Heidi Sairanen

 

#8 2025 | De column van Vincent (partner EGM architecten) is te lezen in elke editie van Bouwwereld – de wereld achter architectuur en bouwtechniek.

Wilt u meer weten over dit onderwerp?
Neem dan contact met ons op!